Tijdvakken

Hier vindt u een beknopt overzicht van alle 100 auteurs die in het Pantheon zijn vertegenwoordigd. De auteurs zijn chronologisch geordend op geboortejaar. 

1000 - 1500 | 1500 - 1600 | 1600 - 1800 | 1800 - 1850 | 1850 - 1875 | 1875 - 1900 | 1900 - 1925 | 1925 - 

1800 - 1850

Jacob van Lennep
(1802-1868)
Schrijver van historische romans, politicus en rokkenjager. Multatuli ruziet met hem over de rechten en opbrengsten van Max Havelaar. Het tijdschrift Braga beschuldigt hem van plagiaat.
De Schoolmeester
(1808-1858)
Door een affaire met een getrouwde vrouw, een onwettig kind en opdringerige schuldeisers kan Gerrit van de Linde Jz. geen predikant worden. Hij wordt kostschoolhouder in Londen.
E.J. Potgieter
(1808-1875)
Everhardus Johannes Potgieter verdient de kost als handelaar, maar leeft voor de literatuur. Aanvankelijk publiceert hij anoniem, omdat hij in de eerste plaats zakenman wil zijn.
A.L.G. Bosboom-- Toussaint
(1812-1886)
“Schrijven is opium voor mij”, zegt de als onderwijzeres geschoolde Anna Louisa Geertruida Bosboom-Toussaint. Met Busken Huet discussieert ze fel over godsdienst.
Hendrik Conscience
(1812-1883)
De verfilming van zijn De leeuw van Vlaanderen is geregisseerd door Hugo Claus. In Antwerpen worden Consciencefeesten gevierd die in het teken staan van het Vlaamse erfgoed.
Nicolaas Beets
(1814-1903)
Zijn Camera obscura verschijnt in 1839. Frederik van Eeden drijft de spot met hem: ‘O Beets, wat zijt gij groot! / Als God het niet verbood, / Dan zou ik u aanbidden…/ Nu laat ik dat in ’t midden.’
Multatuli
(1820-1887)
Pseudoniem van Eduard Douwes Dekker en Latijn voor ‘ik heb veel (leed) gedragen’. Vond de boodschap van zijn werk - het aan de kaak stellen van misstanden - belangrijker dan zijn schrijfstijl.
Conrad Busken Huet
(1826-1886)
Redacteur en een van de scherpste, geestigste en meest gehate critici van De Gids: ‘De Haarlemsche beul’. Lidewyde veroorzaakt een schandaal door de erotische passages.
J.J. Cremer
(1827-1880)
Jacobus Jan Cremer, opgeleid als kunstschilder, is een van de eerste Nederlandse beroepsauteurs die volledig van zijn werk kan leven. Hij trekt volle zalen met zijn voordrachten.
P.A. de Genestet
(1829-1861)
Petrus Augustus de Genestet verliest al jong zijn ouders aan tbc, waaraan hij zelf later ook overlijdt. Als middelbare scholier debuteert hij met gedichten in de Nederlandsche Muzen-Almanak.
Guido Gezelle
(1830-1899)
Met een vader als hovenier krijgt Gezelle de liefde voor de natuur met de paplepel ingegoten. Als priester raakt hij verstrikt in politieke intriges, waardoor de bisschop hem aan de kant schuift..
Piet Paaltjens
(1835-1894)
François HaverSchmidt bedenkt het alter ego Piet Paaltjens, waar hij zelf in gaat geloven. Pleegt zelfmoord met het gordijnkoord van zijn bedstee.
Virginie Loveling
(1836-1923)
Loveling schrijft aanvankelijk met haar zus Rosalie. Ze bewondert het schrijftalent van Émile Zola, maar verafschuwt zijn onderwerpkeuze. Is begraven naast haar neef Cyriel Buysse..
Marcellus Emants
(1848-1923)
Door een grote erfenis kan Emants stoppen met zijn rechtenstudie en wijdt hij de rest van zijn leven aan literatuur en reizen. Trouwt drie keer en schrijft treurig stemmende romans.
Houd mij op de hoogte via de nieuwsbrief