Tijdvakken

Hier vindt u een beknopt overzicht van alle 100 auteurs die in het Pantheon zijn vertegenwoordigd. De auteurs zijn chronologisch geordend op geboortejaar. 

1000 - 1500 | 1500 - 1600 | 1600 - 1800 | 1800 - 1850 | 1850 - 1875 | 1875 - 1900 | 1900 - 1925 | 1925 - 

1875 - 1900

Karel van de Woestijne
(1878-1929)
Met zijn debuut Eerste verzen zijnde: Het vader-huis is hij op zijn 18e direct de belangrijkste dichter van zijn tijd. Correspondent voor de Nieuwe Rotterdamsche Courant.
Theo Thijssen
(1879-1943)
Dankzij de kweekschool ontsnapt hij aan armoede; ontwikkelt zich tot vrijdenker, pedagoog, vakbondsman en Kamerlid. Naamgever van de Nederlandse prijs voor jeugdliteratuur.
Carry van Bruggen
(1881-1932)
De Nederlandse Virginia Woolf. Na haar scheiding leeft zij, als alleenstaande vrouw met twee kinderen, van de pen. Overlijdt na ernstige depressies, waarschijnlijk aan een overdosis slaapmiddelen.
Jacob Israël de Haan
(1881-1924)
In 1904 verschijnt zijn homo-erotische roman Pijpelijntjes. Het Amsterdamse homomonument draagt een dichtregel van hem. Hij is vermoord in Jeruzalem.
Willem Elsschot
(1882-1960)
Pseudoniem van Alfons De Ridder. De zoon van een Antwerpse bakker wordt zakenman in Parijs, Rotterdam, Brussel en Antwerpen. De reclamewereld geeft hem inspiratie.
Nescio
(1882-1961)
Pseudoniem van Jan Hendrik Frederik Grönloh en Latijn voor ‘ik weet (het) niet’. Hij was directeur van de exportfirma Holland Bombay Trading.
F. Bordewijk
(1884-1965)
Jurist Ferdinand Johan Wilhelm Christiaan Karel Emil Bordewijk laat zijn zes voornamen terugbrengen tot één: Ferdinand. Karakter uit 1938 is verfilmd en wint in 1998 een Oscar.
J.C. Bloem
(1887-1966)
Burgemeesterszoon Jakobus Cornelis Bloem leeft met gepaste tegenzin. Zijn ideaal is een makkelijk baantje dat genoeg oplevert voor de enige passie die hij schijnt te hebben: boeken.
A. Roland Holst
(1888-1976)
Adriaan Roland Holst, de troubadour van het verlangen, is bekend om zijn vriendschappen met andere literatoren en zijn liefde voor vrouwelijk schoon. Verknocht aan zijn woonplaats Bergen.
Maria Dermoût
(1888-1962)
Ze debuteert als ze 62 is. Drie jaar later, in 1955, wordt De tienduizend dingen een internationale bestseller.
Martinus Nijhoff
(1894-1953)
‘Pom’ voor intimi. Bezingt in het sonnet ‘De moeder de vrouw’ de oude Waalbrug bij Zaltbommel. De Martinus Nijhoff-prijs wordt jaarlijks toegekend voor vertalingen in en uit het Nederlands.
Paul van Ostaijen
(1896-1928)
Op zijn vijftiende wordt hij van school gestuurd. Hij ontwikkelt zich razendsnel van tamelijk traditioneel tot modernistisch dichter. Hij overlijdt, net 32 jaar oud, aan tbc.
Gerard Walschap
(1898-1989)
Walschap wil missionaris worden, maar hij keert nog tijdens zijn studie de kerk de rug toe en wijdt zich aan de literatuur. In 1976 krijgt hij de titel van baron.
J. Slauerhoff
(1898-1936)
‘Alleen in mijn gedichten kan ik wonen, / Nooit vond ik ergens anders onderdak’, schrijft deze scheepsarts. Tijdens zijn laatste dagen in een verpleeghuis wijkt A. Roland Holst niet van zijn zijde.
S. Vestdijk
(1898-1971)
Arts Simon Vestdijk schrijft 52 romans, 3.000 gedichten, 1 toneelstuk en circa 35 essaybundels en studies. Is in 1957 voorgedragen voor de Nobelprijs. Om te concentreren doet hij oordopjes in en zet hij de stofzuiger aan.
H. Marsman
(1899-1940)
Hendrik Marsman vindt Nederland bekrompen, reist veel en woont zijn laatste jaren in Zuid- Frankrijk. Zijn ‘Herinnering aan Holland’ is in 1999 verkozen tot Gedicht des Vaderlands.
Houd mij op de hoogte via de nieuwsbrief