Geschiedenis

Het Letterkundig Museum in Den Haag opent in 1954 voor het eerst zijn deuren. Het museum, dat zijn oorsprong vindt in de Letterkundige Verzameling van de Gemeente Den Haag, groeit gestaag uit tot de belangrijkste instelling voor het bewaren van Nederlands literair erfgoed. Maar in de eerste jaren is er van grote tentoonstellingen nog geen sprake.

In 1965 verhuist het Letterkundig Museum naar een pand in de Juffrouw Idastraat. Hier is de eerste permanente expositie te zien: Letterkundige documenten uit eigen bezit, van 1750 tot heden. Als eind jaren ’70 hoofdconservator Gerrit Borgers vertrekt, wordt dichter Anton Korteweg aangesteld als directeur.

Door de toestroom van schrijversarchieven is het pand in de Juffrouw Idastraat al snel te klein. Het museum verhuist daarom begin jaren ’80 naar het Koninklijke Bibliotheek-gebouw aan het Prins Willem-Alexanderhof. Dit versterkt de positie van het museum als belangrijk onderzoekscentrum. Ook ontwikkelt het museum zich in deze jaren tot een literair centrum, waar onder meer jaarlijks de prestigieuze P.C. Hooft-prijs wordt uitgereikt.

Begin jaren ’90 breidt het museum uit met het Kinderboekenmuseum, een van de eerste musea specifiek voor de jeugd. De vele tentoonstellingen over jeugdliteratuur zijn een groot succes.

Aad Meinderts volgt begin 2009 Korteweg op als directeur.

In de periode 2007-2010 sluit het museum tijdelijk de deuren in verband met een grootschalige renovatie. De verbouwing leidt tot extra tentoonstellingsoppervlak en een helder, transparant gebouw. Het Kinderboekenmuseum wordt eind 2010 heropend.

Meer weten over de geschiedenis van het Letterkundig Museum? Nop Maas schreef voor het vijftigjarige jubileum Werken voor de eeuwigheid. Een geschiedenis van het Letterkundig Museum (2004). 



     


Het pand van het Letterkundig Museum aan de Juffrouw Idastraat
Foto: Fotobureau 'Thuring'